Bij onze eerste Ronde om Noord Holland is een journalist van het blad ‘Zeilen’ met ons meegevaren en heeft het volgende stuk geschreven.
Een ontspannen eerste ronde
Tekst: Heleen Heijnis
“Zie jij het startschip?”
Sybo tuurt over het water, zoekend naar een grote tweemaster. Links van ons ligt Pampus, rechts de lange dijk naar Lelystad.
˜Daar! Op één uur!”
Iedereen volgt de wijzende vinger van Sybo. In de verte zien we het startschip liggen. Sybo geeft zijn vader instructies:
“We moeten ons eerst melden. Dus tussen die twee schepen doorvaren.”
We verleggen de koers om ons te gaan melden. Het is kwart over elf, we hebben nog een kwartier voor de start. Direct toen we de haven van Muiden verlieten werden de zeilen gehesen. Er staat een goede westenwind, tussen de 20 en 25 knopen. Om ons heen tientallen schepen die hetzelfde doel hebben: zo snel mogelijk naar IJmuiden. Ik vaar mee op de Spero Invidiam, een Dehler 32 die sinds 2006 in het bezit is van de familie Talsma. Schipper is Hotze, een echte Fries die de rust zelf is. De bemanning bestaat verder uit zoon Sybo en zwager Doekele. In Kornwerderzand zal Bauke, broer van Doekele, opstappen.
Het 5 minuten signaal waaiert over het water. We zijn net langs het meldschip gevaren en zeilen nu weer richting Muiden. Waar is toch de startlijn? Uit de bewegingen van de ons omringende schepen valt niet veel op te maken. Iedereen is aan het kruisen in hetzelfde kleine stukje Markermeer. Sybo staat op de uitkijk.
“Kijk daar is de boei. Daar loopt de startlijn!” Intussen horen we het volgende signaal. Wat zullen we doen? Overstag? Maar dan lopen we het risico te vroeg over de startlijn te gaan. Op het laatste moment besluit Hotze een slag terug te maken. Precies dan klinkt het startsein en moeten we weer overstag. Sybo vloekt binnensmonds. Hadden we toch door kunnen varen!

De race is begonnen. We hebben perfecte wind, we kunnen in een rak naar Enkhuizen. De Spero Invidiam ligt op één oor en heeft een lekker gangetje. Hij is erg loefgierig en om de haverklap klinkt dan ook: Lozen! De grootschoot wordt gevierd en het schip trekt weer bij. Hotze heeft beide handen op de helmstok, Sybo houdt de grootzeilval in zijn handen om op elk moment te kunnen lozen. Na een paar minuten beginnen beide naar het zeil te kijken en dan naar elkaar. Zullen we een rif zetten? Dan loopt hij veel stabieler. De keus is snel gemaakt. Sybo steekt snel een rif met hulp van Doekele. Toch neemt het meer tijd dan gedacht. Links en rechts zeilen schepen ons voorbij.
˜Dat maakt ons niet uit, zegt Hotze, natuurlijk willen we een goede tijd neerzetten maar het gaat om het volbrengen van deze ronde. De Spero Invidiam is ingedeeld in de klasse SW Laag en is daar het langzaamste schip. Dus is het niet zo vreemd dat we achter in het veld liggen. ˜Je had ook niet alles door moeten geven’, zegt Sybo, ˜we gebruiken toch niet alle zeilen.”
De lucht biedt een echt Hollands schouwspel: donkere en witte wolken in grote stukken blauw. De wind is vlagerig en heeft uitschieters naar 30 knopen. Het schip duikt af en toe diep de golven in. Al snel zien we het Paard van Marken. Het is een prachtig gezicht om het hele veld langs dit markante stukje Nederland te zien stuiven. Nog een uurtje naar Enkhuizen, het gaat veel sneller dan verwacht. Sybo heeft de planning gemaakt en is bang dat we precies met stroom tegen het stuk over de Waddenzee moeten zeilen. Maar als het zo doorgaat zijn we daar veel vroeger en kunnen we van het goede tij profiteren. De wind krimpt een beetje en daardoor zeilen we een stuk rustiger. Het schip snijdt door het water. Doekele en Sybo zoeken de horizon af naar de finishlijn.
˜Ja, daar is hij!” Sybo wijst naar een motorjacht met de bekende vlag. Dan komt ook de boei in zicht die de finishlijn markeert. Om 14.14 uur klinkt de hoorn voor ons. De eerste etappe zit erop!
We gaan op weg naar het eerste obstakel, de sluis van Enkhuizen. Er is 2,5 uur ingeruimd voor de passage en de bemanning heeft zich op het ergste voorbereid. Foto’s van overvolle sluiskolken en lange
rijen wachtenden staan op het netvlies. We nemen even de tijd om de jassen te luchten, een sanitaire stop te maken en de magen te vullen. Sybo heeft elk uur netjes zijn positie gelogd en zet nu het waypoint naar Kornwerderzand uit. Maar er is een probleem.
˜Heit, kom eens kijken, de GPS geeft aan dat het nog 50 mijl is naar Kornwerderzand, dat klopt toch niet?” Hotze komt erbij en samen controleren ze alle gegevens. Maar dan klinkt het heel hard van buiten:
˜Groen! Het is groen!” Het schip achter ons verzoekt ons vriendelijk de sluis in te varen.
Dit gaat veel sneller dan verwacht! In de sluis wordt het wedstrijdformulier overhandigd aan de organisatie. De sfeer is gemoedelijk, maar veel tijd om met de bemanning van de andere schepen te praten is er niet. Een uur na de finish in Enkhuizen worden de zeilen alweer gehesen voor de tweede etappe. En hoe zat het nou met die 50 mijl?
˜Ach, ik had twee cijfers omgewisseld”, Sybo lacht. ˜Gelukkig zagen we het snel, anders ga je echt aan jezelf twijfelen.”
Vader Hotze en zoon Sybo zijn als kapitein en navigator goed op elkaar ingespeeld. Samen hebben ze dit jaar de CWO 2 cursus gedaan bij de Zeezeilers van Marken. Daarbij zijn ze op de Wadden geweest en een klein stukje de Noordzee op gevaren.
Om in één rak naar Kornwerderzand te kunnen zeilen moeten we iets hoger aan de wind blijven. Er staat nog steeds 25 tot 32 knopen. Dat is ook de meeste wind die Hotze en Sybo hebben gehad met dit schip. Van spanning is echter niets te merken. Deze Friezen doen hun spreekwoordelijke nuchterheid eer aan. Er wordt niet geschreeuwd, er zijn geen irritaties, ook niet in situaties die om snelle beslissingen vragen. Het gaat eigenlijk heel gemoedelijk voor zo’n eerste keer. Er wordt steeds contact gehouden met het thuisfront dat zeer meeleeft. We zitten nu ongeveer op de helft. Het veld is aardig uiteen gezeild. In de verte achter ons zien we een nieuwe lichting schepen over de startlijn bij Enkhuizen gaan. De eersten daarvan lopen ons al snel in.
Als de wind iets afneemt kunnen we wat ruimer gaan varen. Doekele heeft het roer overgenomen en Sybo en ik bungelen met onze benen aan de hoge kant. Het zonnetje komt zelfs af en toe door. Hotze warmt de stimpstamp (stamppot rauwe andijvie met spekjes) op. Tot nu toe kan deze ronde niet meer stuk. Met goed gevulde magen koersen we op de finish aan. De procedure is nu bekend, toch wordt het nog een uitdaging omdat we worden ingelopen door andere schepen. Het is een drukte van jewelste. Bij het ronden van de boei worden we gesneden door een fanatieke schipper die vooraan wil liggen in de sluis. Rakelings schuift hij onze boeg voorbij. Ik houd mijn adem in maar Hotze wordt er niet warm of koud van.
˜Het kon net!”
Op de sluis worden we begroet door Bauke, het vierde bemanningslid. Hij wordt direct aan het werk gezet om broodjes te smeren. Sybo noteert alle gegevens in het logboek en noteert de finishtijd tot op de seconde. Het wachten voor de sluis neemt nu wat langer in beslag. Dat geeft ons de tijd om even lekker bij te zakken. Met gloeiende wangen en verwaaide haren genieten we van de thee. Bauke heeft er zin in.
Als we eindelijk de sluis door zijn worden we omringd door schepen die haastig de zeilen hijsen. We varen op de motor rustig een stukje door op zoek naar de startlijn. Die blijkt veel dichterbij te liggen dan gedacht! Snel gaan de zeilen omhoog en zetten we koers naar het westen. Vooral het eerste stuk moeten we om de haverklap overstag. En dat is nog even wennen, niet iedereen heeft de slag direct te pakken. We verliezen hoogte en liggen al gauw achterin het veld. Maar dat heeft wel als voordeel dat we de ruimte hebben om de meest gunstige koers te varen. Bauke sjort zich een ongeluk aan de lijnen.
Klaar voor overstag? roept Hotze om de haverklap. ˜Nee nee!” klinkt het eerst uit de kuip. Maar dat verandert al snel in een geroutineerd ˜Ja schipper” als iedereen meer op elkaar ingewerkt raakt. Bauke zit een beetje beduusd voor zich uit te kijken.
˜Zijn jullie de hele dag zo bezig geweest?”
We vertellen hem lachend dat de eerste twee etappes niets waren vergeleken bij dit. Dit is echt zeilen, werken geblazen. We raken lekker ingeslingerd en maken goede vorderingen. Het opspattende water is nu zout, aan het vertrekkende gezicht van Sybo te zien.
We kruisen regelmatig gelijk op met andere schepen, en merken dat deze zich niet altijd aan de regels houden. Ze winnen hoogte door ver buiten de betonning door te varen en niet voor de volgende boei terug te kruisen. De bemanning besluit om alles volgens de regels te doen, dat is toch het leukste en geeft de meeste voldoening. Het gaat ten slotte om de prestatie, niet om de tijd.
Die regels moeten ook worden opgedoken als we op ramkoers liggen met andere deelnemers. Hoe was het ook alweer? Loef wijkt voor lij, zeilen over bakboord of stuurboord? Het zorgt geregeld voor spannende momenten. Een keer is het echt op het randje. Bauke zit aan het roer en denkt nog net boven een kruisend schip langs te kunnen. Op het laatste moment wijkt hij uit. De andere kapitein werpt ons woedende blikken toe. Terecht, we steken onze handen op. Excuus!
Het is lang licht op de Wadden. Het zicht is geweldig, de zon zakt langzaam en de duisternis zet heel geleidelijk in. Echt helemaal donker wordt het niet. Om ons heen dansende lichtjes van de andere deelnemers. Sybo roept vanaf de navigatietafel welke boeien we moeten zoeken en iedereen tuurt in het donker om ze te spotten. Omdat we zo snel waren in de eerste twee etappes hebben we nu voordeel van de stroom. Pas rond half 1 krijgen we stroom tegen. Als het goed is zijn we dan net het gat voor Den Helder uit.
Maar we redden het net niet. We lopen vertraging op door orientatieproblemen. Wat is toch dat enorme licht? Sybo kijkt op de kaart, maar kan het niet plaatsen, is het Vlieland, Texel? Pas als we ter hoogte van Oudeschild zijn beseft Sybo dat het de vuurtoren van Den Helder is die aan de Noordzeekant ligt. Die zie je natuurlijk over het land heen. We hebben nogal wat hoogte verloren en varen vlak langs de kust van Den Helder. In het donker lijkt de kant gevaarlijk dichtbij te komen. Inmiddels hebben we ook een halve knoop stroom tegen. We kunnen het waarschijnlijk net redden, maar Hotze besluit toch een extra slag te maken. Geen risico. Als we ruim op de Noordzee varen besluit ik een paar uurtjes te gaan slapen. De rest van de bemanning blijft wakker. Er staat een flinke deining en we hebben halve wind. De Spero Invidiam zweeft lekker over de golven heen en duikt af en toe diep met zijn neus de zee in. Een fijne cadans om bij in slaap te vallen.
Om half vijf steek ik mijn hoofd weer naar buiten. Alleen Hotze is nog wakker en zit als een rots aan de helmstok. Zijn ogen zijn wat klein, maar hij houdt het prima vol. De anderen daarentegen hebben mijn voorbeeld gevolgd. Doekele ligt binnen een boom om te zagen, Bauke zit buiten te knikkebollen en Sybo zit bij te komen van zijn eten-overboord actie. Hij heeft last van zeeziekte en zijn maaginhoud in het water gedeponeerd. Hotze houdt intussen de spirit erin door te wijzen op drie schepen achter ons.
˜Die hebben wel alledrie ingelopen! En die drie gaan we ook nog pakken!” Hij wijst naar voren.
De schepen voor ons lijken me nog wat ver weg, maar Hotze krijgt gelijk, we lopen ze allemaal in. Intussen zijn we getuige van een prachtige zonsopgang. We passeren Egmond en zien in de verte de Hoogovens verrijzen. Voordat we de kolommen van rook dwars hebben, zijn er al weer anderhalf uur verstreken. De wind is ruim en tussen de 10 en 15 knopen. In stilte genieten we van deze ochtend. Behalve Sybo, die steeds witter begint te zien. Van ellende gaat hij binnen liggen.
Bij de finish in IJmuiden is het nog even verwarrend welk havenhoofd we moeten hebben. Op het laatste moment gaan we weer wat scherper zeilen om hoogte te winnen. Maar dan zien we de finishlijn! Met een luide toeter finishen we iets voor half acht ‘s ochtends. Sybo roept per marifoon de haven op en krijgt een plekje toegewezen. Iedereen is moe en toe aan wat uurtjes slaap.
Eerst brengen Sybo en Hotze het laatste wedstrijdformulier naar de organisatie en ik loop door naar de bus. Met gloeiende wangen vecht ik tegen de slaap. De volgende dag ontvang ik een smsje: de Spero Invidiam is weer veilig in de thuishaven Roggebot (bij Kampen) teruggekeerd. Klaar voor nieuwe reizen.
(De Spero Invidiam is geindigd als 51e in haar klasse)